Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 februari 2018

Onder 5.7 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 februari 2018

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 februari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1921.

Het voorgaande kan mogelijk anders zijn indien er sprake is van ongeoorloofd vertragingsgedrag van de wederpartij (vergelijk artikel 20 Rv). Dit zal zich in beginsel niet voordoen indien de wederpartij wijst op bijvoorbeeld een nog lopende procedure waarin prejudiciële vragen zijn gesteld en waarvan de uitkomst voor zijn zaak mogelijk van belang kan zijn. Naar het oordeel van het hof zal er geen sprake zijn van ongeoorloofd vertragingsgedrag als er nog uitspraken worden verwacht over voor de beoordeling van de individuele zaak relevante rechtsvragen, maar mogelijk wel als het gaat om niet onderbouwde mogelijke – meer in abstracte zin geformuleerde – rechtsvragen die zich ooit nog zouden kunnen aandienen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19ff37f1deca76053ddc15075aacf5f108973488f0db4f9f260bcd726313eac1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19ff37f1deca76053ddc15075aacf5f108973488f0db4f9f260bcd726313eac1, en de alinea staat in dat document op bytes 20038 tot 20771.