Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 februari 2018
Onder 5.8 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 februari 2018
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 februari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1921.
De grieven van Dexia komen er op neer dat de kantonrechter niet, onvoldoende of op onjuiste gronden heeft onderzocht dat haar vordering om voor recht te verklaren dat zij niets meer aan [geïntimeerde] verschuldigd is, toewijsbaar is. Meer in het bijzonder betoogt Dexia dat de kantonrechter het door Dexia naar voren gebrachte beroep op verjaring niet (juist) heeft beoordeeld. Het hof zal de zaak opnieuw beoordelen. Daarbij staat voorop dat ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv de stelplicht en bewijslast ter zake op Dexia rusten. Op [geïntimeerde] rust vervolgens de verplichting om, wil hij niet dat de vordering bij gebrek aan verweer wordt toegewezen, de stellingen van Dexia gemotiveerd te betwisten, zodanig dat daaruit de onjuistheid van de stellingen van Dexia kan worden afgeleid. Tegen die achtergrond dient thans, op individueel niveau, te worden bezien op welke punten [geïntimeerde] meent nog vorderingen op Dexia te hebben. Uit de memorie van antwoord blijkt dat [geïntimeerde] nog vorderingen pretendeert ter zake van de navolgende onderwerpen:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19ff37f1deca76053ddc15075aacf5f108973488f0db4f9f260bcd726313eac1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19ff37f1deca76053ddc15075aacf5f108973488f0db4f9f260bcd726313eac1, en de alinea staat in dat document op bytes 20990 tot 22075.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/19ff37f1deca76053ddc15075aacf5f108973488f0db4f9f260bcd726313eac1 | shasum -a 256