Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 februari 2018

Onder 5.9 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 februari 2018

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 februari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1921.

Van de door [geïntimeerde] genoemde verweren is de stelling dat hij nog een vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling jegens Dexia kan inroepen, omdat zijn echtgenote de in april 2001 gesloten overeenkomst op 25 juli 2005 buitenrechtelijk heeft vernietigd, nu zij daarvoor geen toestemming had verleend in de zin van artikel 1:88 BW, het meest verstrekkend. Wanneer [geïntimeerde] gevolgd wordt in deze stelling, dan zal het hofmodel, waar Dexia haar verklaring voor recht op baseert, namelijk niet van toepassing zijn nu dit model is gegrond op schending van de zorgplicht door Dexia en niet op vernietiging van de overeenkomst. De gevolgen van een vernietiging zullen (mogelijk) tot een andere uitkomst leiden van het aan [geïntimeerde] toe te kennen bedrag. Anders dan [geïntimeerde] betoogt, heeft de erkenning door Dexia dat zij nog een bedrag van € 17.543,93, vermeerderd met wettelijke rente aan [geïntimeerde] verschuldigd is, in dat geval geen betekenis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19ff37f1deca76053ddc15075aacf5f108973488f0db4f9f260bcd726313eac1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19ff37f1deca76053ddc15075aacf5f108973488f0db4f9f260bcd726313eac1, en de alinea staat in dat document op bytes 22597 tot 23589.