Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 februari 2018

Onder 5.11 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 februari 2018

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 februari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1921.

Met het oog op de door zijn echtgenote ingeroepen vernietiging van de overeenkomst is [geïntimeerde] van mening dat hij een vordering jegens Dexia te gelde kan maken. Dexia stelt daar echter tegenover dat de vordering van [geïntimeerde] is verjaard, omdat de door Leaseproces namens [geïntimeerde] aan Dexia verzonden brieven van 23 en 24 januari 2012 niet kwalificeren als een stuitingsbrief. Volgens Dexia is voor een rechtsgeldige stuiting vereist dat de schuldenaar niet alleen kan begrijpen wat de schuldeiser van hem verlangt, maar ook op welke feiten de schuldeiser zijn eis baseert. In de stuitingsbrieven is volgens Dexia het verwijt waarop [geïntimeerde] zijn vordering baseert onvoldoende concreet beschreven. Voor zover Dexia met dit betoog ook het oog heeft op de vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling wegens de door de echtgenoot van [geïntimeerde] ingeroepen buitengerechtelijke vernietiging, overweegt het hof dat in voormelde brieven deze bevoegdheid juist uitdrukkelijk wordt vermeld. Duidelijk voor partijen is ook dat deze brieven een voortzetting zijn van de eerder door [geïntimeerde] verzonden brief van 25 juli 2005, waarin [geïntimeerde] expliciet een beroep doet op de nietigheid van de overeenkomst en alle door hem aan Dexia betaalde bedragen terugvordert. Het verjaringsverweer van Dexia wordt op dit punt verworpen. Overigens gaat Dexia er daarbij kennelijk en terecht van uit dat het uit de vernietiging ontstane vorderingsrecht van [geïntimeerde] als gevolg van de destijds reeds aanhangige collectieve procedure is gestuit op de voet van artikel 7:907 lid 5 BW. Toepassing van dat artikel brengt mee dat een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar is gaan lopen met de aanvang van de dag volgende op die waarop de opt-outverklaring is gedaan. Dat was mogelijk tot uiterlijk zes maanden nadat het hof Amsterdam in zijn arrest van 25 januari 2007 de WCAM-overeenkomst verbindend verklaarde. Met de brieven van 23 en 24 januari 2012 heeft [geïntimeerde] de verjaring van zijn vorderingsrecht wederom tijdig gestuit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19ff37f1deca76053ddc15075aacf5f108973488f0db4f9f260bcd726313eac1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19ff37f1deca76053ddc15075aacf5f108973488f0db4f9f260bcd726313eac1, en de alinea staat in dat document op bytes 25388 tot 27466.