Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 februari 2018

Onder 5.15 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 februari 2018

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 februari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1921.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 2 september 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2012) kort gezegd geoordeeld dat wanneer Dexia een overeenkomst heeft gesloten terwijl zij wist of behoorde te weten dat de tussenpersoon handelend als cliëntenremisier (zoals SpaarSelect), zonder te beschikken over de daarvoor benodigde vergunning, een particulier heeft geadviseerd bij Dexia een effectenleaseproduct te kopen, dat een (extra) onrechtmatigheidsgrond oplevert, die Dexia zwaar moet worden aangerekend. De billijkheid eist in zo’n geval in beginsel dat bij de verdeling van de schade over de benadeelde en de vergoedingsplichtige op de voet van artikel 6:101 BW, de vergoedingsplicht van Dexia geheel in stand blijft, zowel wat betreft een eventuele restschuld als wat de door de particuliere belegger reeds betaalde rente, aflossing en kosten aangaat. Dit geldt ook als de mogelijke financiële gevolgen van de leaseovereenkomst geen onaanvaardbaar zware last voor de afnemer vormden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19ff37f1deca76053ddc15075aacf5f108973488f0db4f9f260bcd726313eac1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19ff37f1deca76053ddc15075aacf5f108973488f0db4f9f260bcd726313eac1, en de alinea staat in dat document op bytes 29698 tot 30687.