Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 april 2018

Onder 4.9 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 april 2018

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 april 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:3113.

Artikel 7:928 BW verplicht de verzekeringnemer voor het sluiten van een verzekeringsovereenkomst alle feiten aan de verzekeraar mee te delen die hij kent of behoort te kennen, en waarvan hij weet of behoort te begrijpen dat deze van belang zijn voor de beslissing van de verzekeraar of, en onder welke voorwaarden, hij de verzekering zal willen sluiten. De mededelingsplicht strekt ertoe gelijkheid van kennis te bereiken tussen de kandidaat-verzekeringnemer en de verzekeraar omtrent het aangeboden risico en de verzekeraar in staat te stellen de verzekerbaarheid daarvan te beoordelen. Dat geldt ook, zij het in enigszins beperkte mate, in een geval als het onderhavige, waarin op basis van summiere gegevens een voorlopige dekking is afgegeven. In de rechtspraak geldt in dat geval als criterium dat de verzekeringnemer ongevraagd mededeling moet doen van feiten en omstandigheden die hij kent en ten aanzien waarvan hij redelijkerwijs behoort te begrijpen, dat de verzekeraar bij wetenschap daarvan een voorlopige dekking niet of niet onder dezelfde voorwaarden zal willen geven. De stelplicht en bewijslast van het niet nakomen van de mededelingsplicht rust volgens de hoofdregel van artikel 150 Rv op de verzekeraar die zich beroept op de rechtsgevolgen daarvan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a536d96074ad8562ad3d2a3e1790ea42d9c1edc8e021b877a990bce301354a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a536d96074ad8562ad3d2a3e1790ea42d9c1edc8e021b877a990bce301354a1, en de alinea staat in dat document op bytes 26617 tot 27898.