Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 april 2018

Onder 4.10 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 april 2018

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 april 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:3113.

Voor de beoordeling van de vraag of [appellant] , althans zijn tussenpersoon Den Hartog, voorafgaand aan de totstandkoming van de nieuwe verzekering had moeten meedelen dat hij betrokken was bij meerdere faillissementen, is van belang dat [appellant] – anders dan in eerste aanleg – ter zitting in hoger beroep heeft verklaard dat hij aan een medewerker van Den Hartog uitdrukkelijk heeft gevraagd of ASR wist van zijn betrokkenheid bij faillissementen, omdat hij had gehoord van andere zaken en wist dat de verzekeraar veel wil weten, zodat hij niets wilde achterhouden. Daaruit blijkt dat het voor [appellant] kenbaar was dat zijn betrokkenheid als bestuurder bij de faillissementen van zijn vennootschappen een voor de verzekeraar relevante omstandigheid was voor de beslissing om de verzekeringsovereenkomst te sluiten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a536d96074ad8562ad3d2a3e1790ea42d9c1edc8e021b877a990bce301354a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a536d96074ad8562ad3d2a3e1790ea42d9c1edc8e021b877a990bce301354a1, en de alinea staat in dat document op bytes 27978 tot 28818.