Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 april 2018
Onder 4.25 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 april 2018
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 april 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:3113.
Ter onderbouwing van haar standpunt verwijst ASR in de eerste plaats naar de pandakte tussen [Bedrijf 11] (in oprichting) en ABN Amro van 28 mei 2010, waarin [Bedrijf 11] onder meer haar huidige en toekomstige inventaris en vorderingen verpandt aan de bank. Het hof overweegt dat uit de door ASR overgelegde pandakte, zoals door [appellant] terecht naar voren is gebracht, niet blijkt dat de onderliggende geldlening betrekking heeft op de aanschaf van de inventaris en evenmin dat de inventaris toen door de Bakkerij uit de inboedel van de failliete [Bedrijf 3] werd verkregen. Anderzijds kan uit die pandakte ook niet de juistheid worden vastgesteld van de stelling van [appellant] dat de eigendom van de inventaris op 28 mei 2010 in zijn handen was. Uit voormelde pandakte kan ten hoogste worden afgeleid dat indien juist is hetgeen [appellant] betoogt, namelijk dat hij op 3 juni 2010 zijn inventaris aan de BV heeft verkocht, die inventaris op dat moment onder het pandrecht van de bank is komen te vallen. Dat brengt mee dat als juist is dat [appellant] op 30 juni 2010 de inventaris weer heeft teruggekocht van de BV, de inventaris op dat moment met een pandrecht was bezwaard, ook tegenover [appellant] . Uit de omstandigheid dat de inventaris (noodzakelijk voor de productie van de bakkerij) in gebruik van de BV was en bleef, volgt namelijk dat bij de overdracht van de inventaris geen bezitsverschaffing heeft plaatsgehad. Daardoor mist artikel 3:86 BW (bescherming tegen verkrijging van een beschikkingsonbevoegde) toepassing, zodat het pandrecht op de inventaris is blijven rusten. Ook artikel 3:88 BW brengt daarin geen verandering. Artikel 3:229 BW bepaalt vervolgens dat het pandrecht van rechtswege komt te rusten op de verzekeringspenningen die in de plaats van de door de brand teniet gegane inventaris komen. Dat brengt mee dat wanneer [appellant] moet worden gevolgd in zijn stellingen – geen van beide partijen heeft de onderliggende overeenkomst van geldlening van ABN Amro kunnen verstrekken of verstrekt – aannemelijk is dat als er een aanspraak is op de verzekeringspenningen, deze tot het beloop van haar vordering aan de bank toekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a536d96074ad8562ad3d2a3e1790ea42d9c1edc8e021b877a990bce301354a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a536d96074ad8562ad3d2a3e1790ea42d9c1edc8e021b877a990bce301354a1, en de alinea staat in dat document op bytes 50528 tot 52708.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a536d96074ad8562ad3d2a3e1790ea42d9c1edc8e021b877a990bce301354a1 | shasum -a 256