Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 april 2018
Onder 4.26 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 april 2018
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 april 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:3113.
( c) Uit de door [appellant] ten bewijze van het bestaan van huur overgelegde bankafschriften blijkt dat op 30 augustus 2010, 29 oktober 2010, 30 november 2010 en op 30 december 2010 door [Bedrijf 11] een bedrag van € 2.166,- is overgemaakt naar [appellant] . Bij deze bedragen is echter niet de omschrijving “huur”, maar “rente” vermeld, wat mogelijk duidt op een verband met de eveneens overgelegde achtergestelde leningovereenkomst die partijen op 3 juni 2010 sloten en waarin een rentevergoeding van 6,5% werd overeengekomen. Bovendien was de huurovereenkomst met [Bedrijf 11] reeds ten tijde van de afgifte van de voorlopige dekking (24 november 2011) overgenomen door de op 20 oktober 2011 opgerichte vennootschap [Bedrijf 12]
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a536d96074ad8562ad3d2a3e1790ea42d9c1edc8e021b877a990bce301354a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a536d96074ad8562ad3d2a3e1790ea42d9c1edc8e021b877a990bce301354a1, en de alinea staat in dat document op bytes 53700 tot 54455.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a536d96074ad8562ad3d2a3e1790ea42d9c1edc8e021b877a990bce301354a1 | shasum -a 256