Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 mei 2018

Onder 3.5 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 mei 2018

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 mei 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:4120.

In zijn arresten van 28 maart 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC2837) en 5 juni 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BH2815) heeft de Hoge Raad een oordeel gegeven over de rechtsregels en de beoordelingsmaatstaven die van toepassing zijn op effectenleasezaken als de onderhavige. Op 1 december 2009 heeft het Gerechtshof Amsterdam in een viertal arresten (ECLI:NL:GHAMS:2009:BK:4978, BK4981, BK4982 en BK4983) de uitspraak van de Hoge Raad uitgewerkt in het zogeheten “hofmodel”. In zijn arrest van 29 april 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP4003) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het hof daarmee een juiste toepassing heeft gegeven aan de eerder bedoelde maatstaven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4654dfd3cbfb5bba13d72f62507ce62fc3c39223ea6848aab7678e6071967211. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4654dfd3cbfb5bba13d72f62507ce62fc3c39223ea6848aab7678e6071967211, en de alinea staat in dat document op bytes 9156 tot 9806.