Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 mei 2018

Onder 5.9 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 mei 2018

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 mei 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:4120.

De grieven III tot en met V van [appellant] komen er in de kern op neer dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat Dexia uit hoofde van de effectenleaseovereenkomsten niets meer aan [appellant] verschuldigd is. Het hof zal de zaak opnieuw beoordelen. Daarbij staat voorop dat ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv de stelplicht en bewijslast ter zake op Dexia rusten. Op [appellant] rust vervolgens de verplichting om, wil hij niet dat de vordering bij gebrek aan verweer wordt toegewezen, de stellingen van Dexia gemotiveerd te betwisten, zodanig dat daaruit de onjuistheid van de stellingen van Dexia kan worden afgeleid. Tegen die achtergrond dient thans, op individueel niveau, te worden bezien op welke punten [appellant] meent nog vorderingen op Dexia te hebben. Uit de memorie van grieven blijkt dat [appellant] nog vorderingen pretendeert ter zake van de navolgende onderwerpen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4654dfd3cbfb5bba13d72f62507ce62fc3c39223ea6848aab7678e6071967211. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4654dfd3cbfb5bba13d72f62507ce62fc3c39223ea6848aab7678e6071967211, en de alinea staat in dat document op bytes 20224 tot 21140.