Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 mei 2018

Onder 5.11 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 mei 2018

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 mei 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:4120.

BO6106). Uit de rechtspraak volgt bovendien dat aan het verrichten van betalingen op grond van de effectenleaseovereenkomst vanaf een en/of rekening een bewijsvermoeden wordt ontleend met betrekking tot de aanvang van de verjaringstermijn, in die zin dat wordt vermoed dat de echtgenote van de wederpartij van Dexia, behoudens tegenbewijs, bekend is geraakt met de overeenkomst met ingang van de ontvangstdatum van het oudste bankafschrift waarop de desbetreffende betalingen staan vermeld. Het is aan de wederpartij van Dexia om dit bewijsvermoeden te ontzenuwen (ECLI:NL:HR:2012:BU6506 en ECLI:NL:HR:2015:1866).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4654dfd3cbfb5bba13d72f62507ce62fc3c39223ea6848aab7678e6071967211. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4654dfd3cbfb5bba13d72f62507ce62fc3c39223ea6848aab7678e6071967211, en de alinea staat in dat document op bytes 24754 tot 25393.