Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 mei 2018

Onder 5.26 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 mei 2018

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 mei 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:4120.

In zijn arrest van 3 februari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:164) heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen beantwoord over de wijze waarop het batig saldo en andere voordelen uit een of meerdere effectenleaseovereenkomsten moeten worden verrekend. Daarbij ging het om de vraag of bepaalde voordelen uit een (eerdere) effectenleaseovereenkomst bij de toepassing van artikel 6:100 BW in mindering komen op de restschuld, dan wel op de door de lessee op grond van de overeenkomst voldane of nog verschuldigde termijnen, bestaande uit rente en eventuele aflossingen en in rekening gebrachte kosten. De Hoge Raad heeft bepaald dat de voordelen die de afnemer heeft behaald uit (a) de in het geding aan de orde zijnde effectenleasetransactie(s) zelf, zoals dividenden en eventuele andere opbrengsten en (b) het batig saldo uit andere effectenleasetransacties, mits voldaan is aan de voorwaarden genoemd onder 3.6.7 van het arrest, bij elkaar moeten worden opgeteld en dat die voordelen vervolgens in de eerste plaats in mindering dienen te worden gebracht op de (voldane of verschuldigde) termijnen en in de tweede plaats, wanneer nog een bedrag van die voordelen resteert, op de eventuele restschuld. Als voorwaarden voor het in aanmerking nemen van het batig saldo uit andere effectenleasetransacties noemt de Hoge Raad dat de transacties voortkomen uit dezelfde of andere effectenleaseovereenkomsten met dezelfde aanbieder en dat minder dan een jaar verstreken is tussen de feitelijke einddatum van een effectenleasetransactie die met een batig saldo is geëindigd en het tijdstip waarop dezelfde afnemer nadien een of meer effectenleasetransacties is aangegaan ten aanzien waarvan de aanbieder tot schadevergoeding is gehouden. Tot slot heeft de Hoge Raad bepaald dat voor de verrekening van de voordelen in de schadebegroting het geen verschil maakt of ten tijde van het aangaan van de effectenleaseovereenkomst sprake was van een ‘onaanvaardbaar zware financiële last’. Deze kwestie komt eerst aan de orde nadat de schade is begroot en de vraag zich voordoet of met het oog op artikel 6:101 BW (eigen schuld) tot een andere schadeverdeling moet worden gekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4654dfd3cbfb5bba13d72f62507ce62fc3c39223ea6848aab7678e6071967211. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4654dfd3cbfb5bba13d72f62507ce62fc3c39223ea6848aab7678e6071967211, en de alinea staat in dat document op bytes 39602 tot 41771.