Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 januari 2018

Onder 4.4 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 januari 2018

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 januari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:44.

Bij de beoordeling stelt het hof voorop dat het in dit geval gaat om hypothecaire kredietverschaffing door een bank in de periode van december 2010 tot februari 2011. In deze periode gold al wel specifieke regelgeving ter voorkoming van overkreditering van de consument bij hypothecair krediet, zij het nog niet de aangescherpte regelgeving die medio 2011 is ingevoerd. Artikel 4:34 lid 1 Wft (zoals dit luidde tot 25 mei 2011) bepaalde dat, voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake krediet, een aanbieder van krediet in het belang van de consument informatie dient in te winnen over diens financiële positie en, ter voorkoming van overkreditering van de consument, dient te beoordelen of het aangaan van de overeenkomst verantwoord is. Artikel 4:34 lid 2 Wft bepaalde dat de aanbieder geen overeenkomst inzake krediet aangaat met een consument indien dit, met het oog op overkreditering, onverantwoord is. De verplichting om informatie in te winnen was (en is) wat dit betreft gelijk aan die van de adviseur op grond van art. 4:23 lid 1 Wft. De verplichting van de adviseur gaat alleen nog verder: deze moet naast de financiële positie ook informatie inwinnen over de kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid van de consument.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c69d5cdf0c5c6a90d32bdf6b321b7f83b66dd29e0759a5f92200dcc52cc670e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c69d5cdf0c5c6a90d32bdf6b321b7f83b66dd29e0759a5f92200dcc52cc670e5, en de alinea staat in dat document op bytes 14014 tot 15289.