Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 mei 2018

Alinea 32 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 mei 2018

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 mei 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:4914.

Verdachte heeft in alle stadia van het strafproces zijn betrokkenheid bij de diefstal van de auto en de woninginbraken ontkend. Hij verklaart die dag, omstreeks 12.00 uur/12.30 telefonisch te zijn benaderd door ene [naam 1] , die hij kende van het Rembrandtplein in Amsterdam. Deze [naam 1] zou hem tegen betaling van € 500,- dan wel € 1.000,- hebben verzocht een auto van plaats A (in Friesland) naar plaats B (Amsterdam) te rijden. Omdat verdachte financiële problemen had, zou hij daarop ingegaan zijn. Hij zou door [naam 1] en een derde persoon in een zwarte Peugeot naar de in plaats A geparkeerde Passat zijn gebracht en daarna, op de terugweg naar plaats B, in die auto achter [naam 1] hebben aangereden. Verdachte heeft verklaard in de veronderstelling te hebben verkeerd dat zich in de Passat wellicht iets ongeoorloofds bevond, maar niet dat de auto gestolen zou zijn. Hij kreeg immers door [naam 1] de autosleutels overhandigd. Verdachte zou daarbij zijn persoonlijke bezittingen, waaronder zijn telefoon waarin het nummer van [naam 1] zou staan, hebben moeten afstaan. Wegens het ontbreken van wettig en in elk geval overtuigend bewijs is door en namens verdachte verzocht hem vrij te spreken van de gehele tenlastelegging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e38dcbdbb6f16583fb61f624a136a6c31dddefb9c6fc6fcf8ef98513beab55d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e38dcbdbb6f16583fb61f624a136a6c31dddefb9c6fc6fcf8ef98513beab55d2, en de alinea staat in dat document op bytes 12547 tot 13801.