Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 juni 2018
Onder 7 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 juni 2018
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 juni 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:5372.
opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76d4e76434fff56bf020920a2e9e2bd2ac0dc5e83ba6da2c4b4159791efedf7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76d4e76434fff56bf020920a2e9e2bd2ac0dc5e83ba6da2c4b4159791efedf7e, en de alinea staat in dat document op bytes 45557 tot 45881.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/76d4e76434fff56bf020920a2e9e2bd2ac0dc5e83ba6da2c4b4159791efedf7e | shasum -a 256