Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 juni 2018

Onder 3.18 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 juni 2018

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 juni 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:5721.

[appellante] heeft aangevoerd dat zij stipt aan al haar financiële verplichtingen voldoet. De vordering van aanvragers laat zij om haar moverende redenen onbetaald. Bij de vraag of [appellante] in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen, acht het hof met name van belang de hoogte van niet alleen de vordering van de aanvragers maar ook van [B] in verhouding tot het inkomen van [appellante] . [appellante] leeft van een AOW-uitkering zoals zij ook ter zitting heeft aangegeven. Voorts is niet gebleken dat [appellante] binnen afzienbare tijd over middelen zal beschikken om haar schulden te betalen. Gezien het voorgaande is het hof van oordeel dat summierlijk is gebleken dat [appellante] in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11076f45655d6f9bfc84b327325cacbc9f738293d721796ad289a8b59431fad9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11076f45655d6f9bfc84b327325cacbc9f738293d721796ad289a8b59431fad9, en de alinea staat in dat document op bytes 25744 tot 26536.