Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10 juli 2018
Onder 4.10. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10 juli 2018
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10 juli 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:6302.
De stelling van belanghebbende dat ter vaststelling van de omvang van de belastingdruk een vergelijking moet worden gemaakt tussen het feitelijke rendement op de vermogensbestanddelen waarmee de aflossing van in totaal € 1.000.000 is betaald in de maanden januari tot en met maart enerzijds, en het forfaitaire rendement over die vermogensbestanddelen over het gehele jaar anderzijds, vindt geen steun in het recht. Bezien dient te worden of de forfaitaire rendementsheffing een individuele en buitensporige last vormt, gelet op het totale vermogen van belanghebbende en het in 2013 daarmee behaalde rendement. De heffing over belanghebbendes (op forfaitaire wijze berekende) belastbare inkomen uit sparen en beleggen beloopt ruim 46% van de door belanghebbende volgens opgave in 2013 genoten opbrengsten, namelijk het werkelijk behaalde rendement bedraagt € 45.284 terwijl de verschuldigde inkomstenbelasting terzake € 20.945 bedraagt. Van een individuele buitensporige last is in een dergelijke situatie naar het oordeel van het Hof geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ebceff121f583630f0775aca7ed602aa9d720e8874a82aa17e5ffe480e44223. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ebceff121f583630f0775aca7ed602aa9d720e8874a82aa17e5ffe480e44223, en de alinea staat in dat document op bytes 29609 tot 30675.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4ebceff121f583630f0775aca7ed602aa9d720e8874a82aa17e5ffe480e44223 | shasum -a 256