Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 4 september 2018

Onder 4.13. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 4 september 2018

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 4 september 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:7812.

Belanghebbende betoogt in haar incidentele hoger beroep dat de Rechtbank haar ten onrechte geen vergoeding heeft toegekend voor geleden immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen belastinggeschillen dienen te worden beslist. De Rechtbank heeft onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016, nr. 14/03907, ECLI:NL:HR:2016:252, beslist dat sprake is van zaken die in hoofdzaak betrekking hebben op hetzelfde onderwerp en waarbij sprake is van gezamenlijke behandeling. De Rechtbank heeft hierin aanleiding gezien de schadevergoeding te matigen en wel in die zin dat zij slechts aan [B] en zijn echtgenote een vergoeding van € 2.500 heeft toegekend en bij de andere vier betrokkenen (waaronder belanghebbende) heeft volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d00a3ef41c934ec46900aaa9c7a328a64323fbbee0e0ca0904e81ffe1f795b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d00a3ef41c934ec46900aaa9c7a328a64323fbbee0e0ca0904e81ffe1f795b04, en de alinea staat in dat document op bytes 30726 tot 31584.