Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 oktober 2018

Onder 4.29. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 oktober 2018

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 oktober 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:8976.

Van het tijdsverloop in eerste aanleg kan alleen de periode vanaf de uitspraak op bezwaar (18 december 2013) tot de uitspraak van de Rechtbank op 12 juli 2016, derhalve een tijdsverloop van afgerond 31 maanden, worden toegerekend aan de beroepsfase. Een tijdsverloop van afgerond (60 - 31 =) 29 maanden moet worden toegerekend aan de bezwaarfase. Van de overschrijding van de redelijke termijn moet bij verlenging van de redelijke termijn in beide fasen van drie maanden, en verdere verlenging van de termijn in de bezwaarfase met vijftien maanden, een periode van (29 - 24 =) 5 maanden aan de Inspecteur worden toegerekend en een periode van 10 maanden aan de Staat. De Inspecteur dient daarom van de schadevergoeding voor deze fase van de procedure 5/15 deel van € 1.500 te betalen (€ 500) en de Staat (de Minister voor Rechtsbescherming) 10/15 deel (€ 1.000). Gelet op de omvang van het bedrag dat door de Minister voor Rechtsbescherming dient te worden vergoed, hoeft hij niet als partij in deze procedure te worden gehoord (Beleidsregel van de Minister van Veiligheid en Justitie van 8 juli 2014, nr. 436935, Stcrt. 2014, 20210).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb7410dc72686e66744b7ae2985c79e742e0f0e26f84a7dffdcfa2e634d36cf0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb7410dc72686e66744b7ae2985c79e742e0f0e26f84a7dffdcfa2e634d36cf0, en de alinea staat in dat document op bytes 29274 tot 30428.