Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 oktober 2018

Onder 4.37. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 oktober 2018

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 oktober 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:8976.

Wanneer bij de bepaling van de omvang van de vergoeding onverkort voor elke individuele zaak wordt vastgehouden aan de forfaitaire bedragen zonder rekening te houden met de omstandigheid dat de gemachtigde van belanghebbende in duizenden soortgelijke zaken rechtsbijstand verleent, en in alle zaken, zij het steeds in wisselende combinaties, voornamelijk juridische geschilpunten aan de orde zijn gesteld, waarbij de gebezigde argumenten per geschil in belangrijke mate overeenkomen, zal dit naar het oordeel van het Hof leiden tot een vergoeding die de in redelijkheid gemaakte kosten ver overtreft. Daarom zal het Hof afwijken van de forfaitaire bedragen van het Bpb. De punten per proceshandeling spelen nu geen rol meer (vgl. HR 9 oktober 2015, nr. 14/04108, ECLI:NL:HR:2015:2990, BNB 2016/26). Het Hof zal ter zake van de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand, voor de bezwaar- en de beroepsfase uitgaan van € 350. Het Hof bepaalt de kosten voor de hogerberoepsfase op € 500. In totaal derhalve € 850. De helft hiervan dient te worden vergoed door de Inspecteur en de helft door de Staat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb7410dc72686e66744b7ae2985c79e742e0f0e26f84a7dffdcfa2e634d36cf0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb7410dc72686e66744b7ae2985c79e742e0f0e26f84a7dffdcfa2e634d36cf0, en de alinea staat in dat document op bytes 34957 tot 36080.