Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 oktober 2018

Onder 3.4 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 oktober 2018

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 oktober 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:9280.

In zijn arresten van 28 maart 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC2837) en 5 juni 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BH2815) heeft de Hoge Raad een oordeel gegeven over de rechtsregels en de beoordelingsmaatstaven die van toepassing zijn op effectenleasezaken als de onderhavige. Op 1 december 2009 heeft het Gerechtshof Amsterdam in een viertal arresten (ECLI:NL:GHAMS:2009:BK:4978, BK4981, BK4982 en BK4983) de uitspraak van de Hoge Raad uitgewerkt in het zogeheten “hofmodel”. In zijn arrest van 29 april 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP4003) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het hof daarmee een juiste toepassing heeft gegeven aan de eerder bedoelde maatstaven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ceb0e2eaaa51609d43bccc0c7d18cb454dd2877bc353ab5cb4be6dde7eb272af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ceb0e2eaaa51609d43bccc0c7d18cb454dd2877bc353ab5cb4be6dde7eb272af, en de alinea staat in dat document op bytes 8780 tot 9430.