Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 oktober 2018

Onder 5.3 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 oktober 2018

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 oktober 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:9280.

De onderhavige procedure betreft een zogenoemde waiverprocedure, dat wil zeggen een procedure waarin Dexia in rechte vastgesteld wil zien dat haar wederpartij in rechte niets meer van haar te vorderen heeft uit hoofde van één of meerdere tussen partijen gesloten effectenleaseovereenkomsten. Bij de beoordeling van de vraag of de door Dexia gevraagde verklaring voor recht kan worden toegewezen, staat voorop dat ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv de stelplicht en bewijslast ter zake op Dexia rusten. Op [appellant] rust vervolgens de verplichting om, wil hij niet dat de vordering bij gebrek aan verweer wordt toegewezen, de stellingen van Dexia gemotiveerd te betwisten, zodanig dat daaruit de onjuistheid van de stellingen van Dexia kan worden afgeleid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ceb0e2eaaa51609d43bccc0c7d18cb454dd2877bc353ab5cb4be6dde7eb272af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ceb0e2eaaa51609d43bccc0c7d18cb454dd2877bc353ab5cb4be6dde7eb272af, en de alinea staat in dat document op bytes 15210 tot 16004.