Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 oktober 2018

Onder 5.20 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 oktober 2018

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 oktober 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:9280.

Zoals onder 5.8 genoemd is niet in geschil dat op Dexia een wettelijke verplichting tot schadevergoeding rust. Dexia heeft vanwege schending van op haar rustende zorgplichten vergoeding van schade aangeboden volgens de Duisenbergregeling en na afwijzing daarvan door [appellant] conform het hofmodel. [appellant] heeft ook dat laatste aanbod niet geaccepteerd, omdat hij meent recht te hebben op een hogere schadevergoeding dan de door Dexia betaalde vergoeding. Uit dit arrest blijkt dat hij op dit meerdere geen aanspraak heeft. Thans dient de vraag te worden beantwoord of [appellant] aanspraak heeft op vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Kosten ter verkrijging van voldoening van een vordering buiten rechte zijn aan te merken als vermogensschade en komen in beginsel voor vergoeding in aanmerking. Voor de toewijzing van een vordering tot vergoeding van die schade is wel vereist dat aan de dubbele redelijkheidstoets is voldaan. De werkzaamheden waarvan [appellant] vergoeding heeft gevraagd zijn omschreven onder de conclusie van antwoord onder 73 e.v. en de conclusie van dupliek onder 7 e.v. Het gaat om kosten die zijn gemaakt voor het opvragen van de biljetten van proces, het opstellen en versturen van de opt-out verklaring, de sommatiebrief van 11 januari 2006 en de stuitingsbrief van 2012. Ten aanzien van de door [appellant] gemaakte kosten overweegt het hof dat de algemene strekking van de verstuurde brieven van Leaseproces aan Dexia, waarop de werkzaamheden betrekking hebben gehad, niet de dubbele redelijkheidstoets doorstaan. De betreffende brieven zijn bij een groot aantal afnemers gebruikt, gestandaardiseerd en eenvoudig tot zeer eenvoudig van aard. De brieven zijn geenszins geïndividualiseerd en toegesneden op de situatie van [appellant] . Onduidelijk is daardoor of de kosten van het opstellen en verzenden van deze (in het onderhavige geval: vier) brieven per afnemer in redelijke verhouding staan tot de hoogte van de door de afnemer aan Leaseproces betaalde som voor de buitengerechtelijke kosten, althans 70% daarvan zoals door de kantonrechter is vastgesteld. Daarbij ontbreekt ook iedere vorm van een op [appellant] specifiek gericht schikkingsvoorstel of een schikkingspoging. Bij gebreke van aanwezigheid van werkzaamheden die specifiek voor [appellant] zijn verricht, is dan ook niet aan de dubbele redelijkheidstoets voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ceb0e2eaaa51609d43bccc0c7d18cb454dd2877bc353ab5cb4be6dde7eb272af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ceb0e2eaaa51609d43bccc0c7d18cb454dd2877bc353ab5cb4be6dde7eb272af, en de alinea staat in dat document op bytes 33786 tot 36175.