Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 februari 2019

Onder 4.4 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 februari 2019

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 februari 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:1060.

De rechtbank heeft bij vonnis van 20 juli 2016 (hierna ook: het eindvonnis) de vorderingen van EWD afgewezen, met haar veroordeling in de proceskosten. Wat betreft de moedervennootschappen heeft de rechtbank geoordeeld dat EWD geen feiten of omstandigheden heeft gesteld, waaruit (indien juist) betrokkenheid van de moedervennootschappen bij de inbreuken op het kartelverbod kan worden afgeleid. De subsidiaire grondslag voor haar vorderingen, voor zover gericht tegen de moedervennootschappen, inhoudend dat de moedervennootschappen deel uitmaken van de ondernemingen die volgens de beschikking inbreuk maakten op het kartelverbod van artikel 101 VWEU, slaagde evenmin: naar Nederlands recht is een vennootschap, aldus de rechtbank, in beginsel niet aansprakelijk voor schade die wordt veroorzaakt door een onrechtmatige daad van een andere vennootschap, ook niet wanneer die twee vennootschappen tot hetzelfde concern behoren. De rechtbank zag verder geen grond voor de juistheid van het standpunt van EWD, dat de moedervennootschappen, ook al heeft de Commissie hun eigen betrokkenheid bij de inbreuk niet vastgesteld en ontbreekt daardoor het in het Nederlandse recht vereiste causale verband, op grond van Europees recht toch aansprakelijk zijn, omdat zij deel uitmaken van ondernemingen in de zin van artikel 101 VWEU. De rechtbank wees de vorderingen voor zover gericht tegen de moedervennootschappen dus af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdd47c214efc70dec5e78dd3c13899c8eeebee04c2bca5bb858c5c5f6fa55194. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdd47c214efc70dec5e78dd3c13899c8eeebee04c2bca5bb858c5c5f6fa55194, en de alinea staat in dat document op bytes 20474 tot 21902.