Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 februari 2019
Onder 5.21 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 februari 2019
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 februari 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:1060.
Met EWD is het hof van oordeel dat de (gestelde) vorderingen op de moedermaatschappijen geacht moeten worden in de formulering te zijn begrepen, omdat deze anders vergeefs in de cessieakten zouden zijn vermeld. Vaststaat immers dat van de moedermaatschappijen geen liften e.d. zijn afgenomen. De vermelding van de moedermaatschappijen zou anders dan ook iedere zin ontberen. In afwijking van hetgeen EWD mogelijk veronderstelt (zie bijvoorbeeld de inleidende dagvaarding onder 27), geldt dit niet voor transacties met partijen die (nog) geen deel waren van het kartel, althans niet voor zover zij niet als “Debiteuren” in de akten van cessie werden geduid. Aan vorderingen uit hoofde van eventuele schade als gevolg van ‘umbrella pricing’ wordt reeds om die reden niet toegekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdd47c214efc70dec5e78dd3c13899c8eeebee04c2bca5bb858c5c5f6fa55194. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdd47c214efc70dec5e78dd3c13899c8eeebee04c2bca5bb858c5c5f6fa55194, en de alinea staat in dat document op bytes 58101 tot 58902.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fdd47c214efc70dec5e78dd3c13899c8eeebee04c2bca5bb858c5c5f6fa55194 | shasum -a 256