Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 februari 2019
Onder 5.21 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 februari 2019
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 februari 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:1060.
Uitgaande van de door EWD gestelde (en door geïntimeerden betwiste) cessies (zie grief II), was het overleggen door EWD van de (hiervoor onder meer onder 5.20 bedoelde) ‘lift’-contracten (althans voldoende concrete gegevens daaromtrent) dus mede noodzakelijk om te kunnen verifiëren met wie het contract precies was aangegaan, meer in het bijzonder of deze door (één van) de cedenten met (één van) de in de cessieakten genoemde personen dan wel hun rechtverkrijgenden en/of hun huidige en voormalige groepsmaatschappijen werden gesloten. Alleen dan immers kon voor EWD van een aan haar overgedragen vordering (in de zin van - de laatste passage van - de cessieakten) sprake zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdd47c214efc70dec5e78dd3c13899c8eeebee04c2bca5bb858c5c5f6fa55194. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdd47c214efc70dec5e78dd3c13899c8eeebee04c2bca5bb858c5c5f6fa55194, en de alinea staat in dat document op bytes 58912 tot 59615.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fdd47c214efc70dec5e78dd3c13899c8eeebee04c2bca5bb858c5c5f6fa55194 | shasum -a 256