Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 februari 2020
Onder 3.10 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 februari 2020
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1663.
Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat het hof, zo nodig ambtshalve, in hoger beroep in kort geding moet beoordelen of de (oorspronkelijk) eisende partij ten tijde van het arrest van het hof (nog) een spoedeisend belang heeft bij de in kort geding gevraagde voorziening.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd737b8a596a1ae01a1086ef63ee4ffa9f954907f621d97b176697d37f0aa2df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd737b8a596a1ae01a1086ef63ee4ffa9f954907f621d97b176697d37f0aa2df, en de alinea staat in dat document op bytes 16853 tot 17249.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd737b8a596a1ae01a1086ef63ee4ffa9f954907f621d97b176697d37f0aa2df | shasum -a 256