Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 januari 2020
Onder 4.3. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 januari 2020
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 januari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:509.
Naar het oordeel van het hof blijkt uit de geciteerde overweging van de rechtbank noch uit het proces-verbaal van de comparitiezitting bij de rechtbank waarnaar Zuidzijde verwijst, dat [geïntimeerde1] afstand doet van een vorderingsrecht. Voor zover Zuidzijde stelt dat niet is voldaan aan de vereisten van de artikelen 6:162 BW en 6:163 BW, geldt dat dit is aan te merken als (inhoudelijk) verweer tegen de vorderingen en niet tegen de gevorderde wijziging en vermeerdering van eis. Voor zover daartoe aanleiding bestaat, zal het hof de stellingen van Zuidzijde op dit punt in de beoordeling van de overige grieven betrekken. Ook het bezwaar tegen de eisvermeerdering inzake de wettelijke rente kwalificeert als inhoudelijk verweer tegen de vordering en zal het hof dan ook bij de beoordeling van de grieven beoordelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1934dcc1182418596c169590fd04b9fb684dbd0211a86916825ef11451bf1be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1934dcc1182418596c169590fd04b9fb684dbd0211a86916825ef11451bf1be, en de alinea staat in dat document op bytes 36836 tot 37671.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c1934dcc1182418596c169590fd04b9fb684dbd0211a86916825ef11451bf1be | shasum -a 256