Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 januari 2020
Onder 4.8. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 januari 2020
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 januari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:509.
Zuidzijde betoogt dat [geïntimeerde1] te laat hebben geklaagd en dat zij gelet op artikel 6:89 BW hun rechten heeft verwerkt. Dit betoog miskent dat de klachtplicht ex artikel 6:89 BW niet ziet op een vordering uit onrechtmatige daad, tenzij de vordering is gericht tegen de schuldenaar en gebaseerd is op feiten die tevens de stelling zouden rechtvaardigen dat de prestatie niet aan de verbintenis beantwoordt (Hoge Raad 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1176). Die uitzondering doet zich hier - waarin [geïntimeerden] c.s., kopers, Zuidzijde, de makelaar van de verkoper, aanspreken - niet voor.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1934dcc1182418596c169590fd04b9fb684dbd0211a86916825ef11451bf1be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1934dcc1182418596c169590fd04b9fb684dbd0211a86916825ef11451bf1be, en de alinea staat in dat document op bytes 40960 tot 41569.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c1934dcc1182418596c169590fd04b9fb684dbd0211a86916825ef11451bf1be | shasum -a 256