Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 januari 2020

Onder 4.23. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 januari 2020

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 januari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:509.

Zuidzijde betwist dat [geïntimeerde1] heeft medegedeeld dat het appartement door vier studenten zou worden bewoond. Volgens Zuidzijde is haar verteld dat het appartement bewoond zou gaan worden door de dochter en een vriendin. Dit zou [geïntimeerde1] aan [G] hebben medegedeeld tijdens een telefoongesprek op 20 oktober 2014. Ter onderbouwing heeft Zuidzijde een telefoonnotitie van dat gesprek overgelegd. Zuidzijde erkent dat het uitbreken van de bestaande muur met de kastenwand met haar is besproken, maar zij betwist dat er is gesproken over het aantal kamers dat zou worden gerealiseerd. Ook heeft [geïntimeerde1] tijdens de eerste en/of tweede bezichtiging geen tekening laten zien van hoe het appartement er na de verbouwing uit zou zien, aldus Zuidzijde. Er was voor haar dus ook geen aanleiding om te veronderstellen dat [geïntimeerden] c.s. voornemens waren om vier studenten in het appartement te laten wonen, aldus Zuidzijde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1934dcc1182418596c169590fd04b9fb684dbd0211a86916825ef11451bf1be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1934dcc1182418596c169590fd04b9fb684dbd0211a86916825ef11451bf1be, en de alinea staat in dat document op bytes 55383 tot 56338.