Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 januari 2020
Onder 4.26. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 januari 2020
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 januari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:509.
Indien en voor zover komt vast te staan dat Zuidzijde onrechtmatig heeft gehandeld, betwist Zuidzijde dat [geïntimeerden] c.s. schade hebben geleden en dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen het gestelde onrechtmatig handelen door Zuidzijde en de gestelde schade (het zogenaamde conditio sine qua non-verband). Zuidzijde voert daartoe onder meer aan dat [geïntimeerden] c.s. uitdrukkelijk erop is gewezen dat het gebruik van het appartement als studentenwoning mogelijk niet zou worden toegestaan op privaatrechtelijke gronden door de VvE, dat [geïntimeerden] c.s. dit risico voor lief heeft genomen door niet de vereiste toestemming aan de VvE te vragen en door niet de ontbindende voorwaarde in de koopovereenkomst in te roepen en dat de VvE deze toestemming niet zou hebben verstrekt. Volgens Zuidzijde dienen de vorderingen om die reden te worden afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1934dcc1182418596c169590fd04b9fb684dbd0211a86916825ef11451bf1be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1934dcc1182418596c169590fd04b9fb684dbd0211a86916825ef11451bf1be, en de alinea staat in dat document op bytes 57272 tot 58157.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c1934dcc1182418596c169590fd04b9fb684dbd0211a86916825ef11451bf1be | shasum -a 256