Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 oktober 2020

Onder 4.5. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 oktober 2020

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 oktober 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:8018.

Wanneer een partij voor vergoeding van rechtsbijstand in aanmerking wenst te komen, zal moeten vaststaan dat er kosten op de belanghebbende drukken, aangezien, zo al sprake is van beroepsmatig verleende rechtsbijstand, daaruit niet per definitie volgt dat er kosten op belanghebbende drukken. De kosten moeten dus zijn betaald of nog zijn verschuldigd. Nu de gemachtigde in zijn brief van 4 augustus 2020 heeft laten weten dat hij belanghebbende voor de door hem verrichte werkzaamheden geen kosten in rekening heeft gebracht en uit de inhoud van die brief volgt dat tussen belanghebbende en de gemachtigde niets is overeengekomen waaruit de verschuldigdheid ervan voortvloeit, kan niet worden geoordeeld dat zodanige kosten op belanghebbende drukken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb51dcff2bc48aba89404f91bb535b5ca3349c3b0d2e06539496c25388466b9b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb51dcff2bc48aba89404f91bb535b5ca3349c3b0d2e06539496c25388466b9b, en de alinea staat in dat document op bytes 19039 tot 19803.