Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 november 2020
Onder 4.16. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 november 2020
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 november 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:9540.
Dat de voormalige vereffenaar en degenen wiens belang rechtstreeks bij de vereffening is betrokken omdat hij een uitkering heeft ontvangen uit hetgeen na de voldoening van de schuldeisers van het vermogen van een ontbonden rechtspersoon was overgebleven (de voormalige aandeelhouders), niet behoren tot de beroepsgerechtigden als bedoeld in artikel 26a van de AWR (tekst voor het jaar 2017) doet aan het voorgaande niet af. Het arrest van 19 september 2003 gaat immers niet over de vraag of zij zijn aan te merken als beroepsgerechtigden in de zin van artikel 26a van de AWR, maar over de vraag of een door of namens hen ingediend bezwaarschrift op naam van een niet meer bestaande rechtspersoon ontvankelijk is. Die vraag heeft de Hoge Raad met overeenkomstige toepassing van artikel 6:10 van de Awb bevestigend beantwoord. Dergelijke bezwaren worden derhalve op een lijn gesteld met een prematuur bezwaar- of beroepschrift dat op grond van dat artikel niet niet-ontvankelijk dient te worden verklaard (omdat de informatiebeschikkingen ten tijde van de indiening al wel reeds tot stand waren gekomen). Na een heropening van de vereffening herleeft de rechtspersoon en kunnen de informatiebeschikkingen daadwerkelijk aan belanghebbende bekend worden gemaakt. Pas dan gaat de formele bezwaartermijn lopen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe579ff2e4fde3c9f423a9160b527b012d00771b4760b03a86ef9c11c9a242e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe579ff2e4fde3c9f423a9160b527b012d00771b4760b03a86ef9c11c9a242e2, en de alinea staat in dat document op bytes 51483 tot 52800.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe579ff2e4fde3c9f423a9160b527b012d00771b4760b03a86ef9c11c9a242e2 | shasum -a 256