Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 maart 2021
Onder 4.22. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 maart 2021
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 maart 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:2545.
Het Hof overweegt dat nu belanghebbende stelt recht te hebben op een vermindering van de verschuldigde BPM in verband met schade aan de auto, niet zijnde normale gebruikssporen die in de koerslijst zijn verwerkt, hij de daarvoor benodigde feiten moet stellen en bij betwisting aannemelijk moet maken. Dit houdt in dat op belanghebbende de last rust te bewijzen dat en in hoeverre de onderhavige beschadigingen een waardedaling ten opzichte van de uit de koerslijst volgende waarde tot gevolg hebben. Artikel 110 VWEU verzet zich niet tegen deze bewijslastverdeling. Wel dient belanghebbende voldoende gelegenheid te worden geboden het van hem gevraagde bewijs te leveren (Hoge Raad 17 januari 2020, nr. 18/03802, ECLI:NL:HR:2020:63).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df875186c5c016f92c1a287e7b71da815d24355cd5100f26b371a2d0f67a7ac8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df875186c5c016f92c1a287e7b71da815d24355cd5100f26b371a2d0f67a7ac8, en de alinea staat in dat document op bytes 32956 tot 33702.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df875186c5c016f92c1a287e7b71da815d24355cd5100f26b371a2d0f67a7ac8 | shasum -a 256