Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15 juni 2021

Onder 4.28 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15 juni 2021

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15 juni 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:5869.

Het betoog van belanghebbende houdt in de kern in dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is het Unierecht zelf uit te leggen en toe te passen. Dit is onjuist, het Hof verwijst daarvoor naar onderdeel 7.2 van de conclusie van A-G Wattel van 28 februari 2020, nr. 19/02693, ECLI:NL:PHR:2020:184, waarmee het Hof zich verenigt. Tegen beslissingen van het Hof staat cassatieberoep open. Op basis van artikel 267, onderdeel b, van het VWEU, is het Hof daarom wel bevoegd maar niet verplicht om prejudiciële vragen voor te leggen aan het HvJ. Het Hof ziet geen aanleiding voor het stellen van prejudiciële vragen aan het HvJ.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52aaa6832103b9d6f6b82d7f892b807c0eaff43b7ff104be91d077a72d32da31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52aaa6832103b9d6f6b82d7f892b807c0eaff43b7ff104be91d077a72d32da31, en de alinea staat in dat document op bytes 40840 tot 41475.