Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 april 2022
Onder 3.7 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 april 2022
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 april 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3003.
Uit [geïntimeerde1] opdracht als financieel adviseur vloeide voort dat hij degene was die dit nu juist moest bewaken, ook al zou [appellant2] hebben gedacht dat er een afdoende zekerheidsdocument bij UniCredit Bank was gedeponeerd. [geïntimeerde1] had het grote risico van een flitskrediet aan een kredietnemer, die tijdelijk voor schuldenvrij wilde doorgaan, aan [appellant2] moeten ontraden zolang er niet daadwerkelijk, tevoren door [geïntimeerde1] te controleren, zekerheden in de vorm van een bankgarantie en/of een hypotheek waren gevestigd. Hij had dit ondubbelzinnig op schrift aan [appellant2] moeten berichten, daarbij moeten melden dat enkel vertrouwen in de goede afloop onvoldoende was en hem er ook nog op moeten wijzen dat aan hypotheekverstrekking in een vreemd land allerlei onzekerheden verbonden konden zijn. [geïntimeerde1] kon dus niet volstaan met de door hem op de comparitie verdedigde opvatting dat [appellant2] zelf maar moest zorgen voor zekerheid en dat het [appellant2] is geweest die tegen hem had gezegd dat hij de betaling moest klaarzetten. Subsidiair had [geïntimeerde1] , als [appellant2] de lening desondanks wilde doorzetten, hem onder de gegeven omstandigheden op niet mis te verstane wijze moeten waarschuwen voor het hoge risico dat voor [appellant2] aan deze lening was verbonden en hem schriftelijk indringend moeten adviseren om dan in ieder geval de uitbetaling onder de lening op te schorten tot er daadwerkelijk een bankgarantie was afgegeven en/of een afdoende dekking gevende hypotheek was gevestigd. En in beide gevallen had [geïntimeerde1] anders dit deel van de opdracht rond het flitskrediet aan [appellant2] moeten opzeggen, met name ook omdat de verstrekking van het flitskrediet in strijd was met de leningsvoorwaarden van Rabobank waaruit dit werd gefinancierd, niet echt noodzakelijk was voor de opbouw van het melkveebedrijf en juist – integendeel – daarvoor een bedreiging vormde, namelijk wanneer de lening niet (op tijd) werd terugbetaald. [geïntimeerde1] is dus in de bij zijn opdracht tot financiële begeleiding behorende zorgplicht tekortgeschoten .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d402b3ac73920c1ba387d36061af7a49ad029aef6ab9e7f104e53be3d827354e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d402b3ac73920c1ba387d36061af7a49ad029aef6ab9e7f104e53be3d827354e, en de alinea staat in dat document op bytes 25103 tot 27304.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d402b3ac73920c1ba387d36061af7a49ad029aef6ab9e7f104e53be3d827354e | shasum -a 256