Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 april 2022

Onder 3.12 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 april 2022

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 april 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3003.

Toen de terugbetalingen na november 2006 stokten en [naam1] , na facturering in juli 2006 van € 128.966,25, de samenwerking begin 2007 had beëindigd, heeft [appellant2] met hulp van zijn Bosnische advocaat Mujagic op 7 maart 2007 de hypotheekovereenkomst van 28 oktober 2005 laten inschrijven. Bij brief van 10 april 2007 heeft UniCredit Bank aan die advocaat geantwoord dat zij niet meer beschikte over de “bill of exchange” van Tehno-Pek omdat Tehno-Pek deze had ingetrokken. In december 2007 heeft [appellant2] mr. Cohen (bij Accon Accountants & Adviseurs) geraadpleegd, die hem, niet onbegrijpelijk, heeft aangeraden om de hypotheek in Bosnië uit te winnen; daarbij was de scope niet gericht op (de advisering door) [geïntimeerde1] . Toen heeft [appellant2] met behulp van de Bosnische advocaat Feric een gerechtelijke procedure in twee instanties in Bosnië aangespannen, waarvan [geïntimeerde1] op de hoogte was. Het was ook logisch dat Hibma eerst ageerde tegen haar schuldenaar uit de geldleningovereenkomst en overging tot uitwinning van het hypotheekrecht. [appellant2] had toen nog geen subjectieve bekendheid met aansprakelijkheid van [geïntimeerde1] . [geïntimeerde1] stelde zich tegenover Hibma namelijk op het standpunt dat (krachtens de schriftelijke overeenkomst) alleen de subsidieverwerving onder zijn opdracht viel en dat hij deze opdracht (met succes) had afgerond. De hypotheekprocedure is in 2013 uitgemond in het oordeel dat het hypotheekrecht alleen een deel van de grond en de fabriek omvatte maar niet de machines noch een vakantiehuis op dezelfde kavel, zodat dit onvoldoende verhaal bood. Omdat [appellant2] de hypotheekuitspraak van het “Cantonal Court of Bihac” onjuist achtte, heeft hij in 2014 nog, vergeefs, contact gezocht met de Nederlandse ambassade en met prof. dr. Lawson om te bezien of hiervoor een gang naar het EHRM mogelijk was. Eind 2014 heeft [appellant2] zich vervolgens gewend tot de advocaat mr. Rammelt, die, na bestudering van het uitvoerige dossier, bij brief van 21 september 2015 [geïntimeerde1] wegens tekortkomingen in zijn financiële dienstverlening aansprakelijk heeft gesteld. [geïntimeerden] c.s. behoorden overigens destijds redelijkerwijs te begrijpen dat deze aansprakelijkheidstelling in ieder geval mede namens Hibma Zuivel V.O.F., [appellant2] en [appellante3] en tevens [geïntimeerden] c.s. beiden betrof, waar het in 2005 [geïntimeerde2] was die de eenmanszaak [naam1] dreef.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d402b3ac73920c1ba387d36061af7a49ad029aef6ab9e7f104e53be3d827354e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d402b3ac73920c1ba387d36061af7a49ad029aef6ab9e7f104e53be3d827354e, en de alinea staat in dat document op bytes 33521 tot 36328.