Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 8 november 2022

Onder 4.10. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 8 november 2022

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 8 november 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9502.

Het Hof is van oordeel dat, gelet op het door belanghebbende overgelegde taxatierapport en de daarop betrekking hebbende factuur van de taxateur, sprake is van kosten die hij redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het bezwaar tegen de beschikking. Uit het overgelegde taxatierapport volgt dat de taxateur een niet-inpandige taxatie heeft verricht en daarbij referentieobjecten in de analyse heeft betrokken ter onderbouwing van de waarde. Volgens de Richtlijn moet derhalve worden uitgegaan van een daaraan bestede tijd van twee uur. De omstandigheid dat de taxateur mogelijk minder tijd heeft besteed aan het taxatierapport doordat hij de onroerende zaak sneller heeft kunnen opnemen, omdat het volgens de heffingsambtenaar een administratief rapport zou betreffen, vormt geen aanleiding voor het matigen van de proceskostenvergoeding. Vanwege het forfaitaire karakter van de in de Richtlijn opgenomen regeling is de daadwerkelijk aan een taxatierapport bestede tijd namelijk niet van belang voor de hoogte van de vergoeding. De in de Richtlijn neergelegde norm is gebaseerd op hetgeen de hoven een redelijke tijdsbesteding achten bij een taxatie, waarbij geen onderscheid is gemaakt op welke wijze een niet-inpandige taxatie is verricht. De enkele omstandigheid dat de taxateur de woning niet ter plekke heeft bekeken, rechtvaardigt dan ook niet een afwijking van het in de Richtlijn geformuleerde uitgangspunt. Het eigen – nadeliger – beleid van de heffingsambtenaar kan daarom niet aan belanghebbende worden tegengeworpen. Daarbij merkt het Hof nog op dat de taxateur twee uren voor het taxeren in rekening heeft gebracht, zodat ook om die reden geen aanleiding bestaat om van de Richtlijn af te wijken. Voor zover de heffingsambtenaar heeft gesteld dat van een deskundigenrapport geen sprake is, is het Hof van oordeel dat aan de vormgeving en omvang van het taxatierapport geen nadere eisen zijn te stellen, anders dan dat het moet zijn opgesteld door een ter zake deskundige, dan wel onder diens verantwoordelijkheid, waarvan uit de medeondertekening moet blijken. Het Hof ziet in hetgeen de heffingsambtenaar heeft aangevoerd onvoldoende aanknopingspunten voor de conclusie dat het taxatierapport niet onder verantwoordelijkheid van een ter zake deskundige is opgesteld. De Rechtbank heeft de vergoeding voor het taxatierapport terecht vastgesteld op € 128,26.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd9ccb02459183451b04a1ab09c3abf81674c5e65c368cd53066bf4306bda863. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd9ccb02459183451b04a1ab09c3abf81674c5e65c368cd53066bf4306bda863, en de alinea staat in dat document op bytes 22780 tot 25196.