Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 8 november 2022
Onder 4.14. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 8 november 2022
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 8 november 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9502.
Het tweede argument van de heffingsambtenaar voor een matiging van de vergoeding voor het horen, namelijk de vraag of sprake is van een bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 2, derde lid, van het Bpb, motiveert hij als volgt. De Rechtbank heeft ten onrechte voor 61 zaken een vergoeding van € 261 (1 punt) voor het hoorgesprek toegekend, aangezien dit bij een werkbelasting van twee dagen van acht uur tot een uurtarief van € 995 zou leiden. Zelfs als wordt uitgegaan van een voorbereiding van 20 minuten per zaak, dan zou het uurtarief nog € 683 bedragen, hetgeen volgens de heffingsambtenaar disproportioneel zou zijn. De werkelijke kosten van rechtsbijstand zijn volgens de heffingsambtenaar veel lager dan de forfaitaire vergoeding voor een hoorzitting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd9ccb02459183451b04a1ab09c3abf81674c5e65c368cd53066bf4306bda863. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd9ccb02459183451b04a1ab09c3abf81674c5e65c368cd53066bf4306bda863, en de alinea staat in dat document op bytes 29219 tot 30005.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd9ccb02459183451b04a1ab09c3abf81674c5e65c368cd53066bf4306bda863 | shasum -a 256