Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10 januari 2023

Onder 4.1 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10 januari 2023

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10 januari 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:172.

De man beroept zich met zijn eerste grief op artikel 6:258 BW. Volgens hem is sprake van een situatie waarbij de eisen van redelijkheid en billijkheid zich verzetten tegen een verdere verplichting tot uitbetaling van een deel van zijn pensioen aan de vrouw vanaf augustus 2019. De afspraak die partijen in 2005 hebben gemaakt is namelijk te kwalificeren als een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd zonder een opzeggingsregeling. Dat maakt dat opzegging in beginsel mogelijk is. Hij stelt voorts dat er een zwaarwegende grond bestaat voor opzegging van de overeenkomst, op grond van een aantal feitelijke omstandigheden (zie hierna). Subsidiair, voor het geval het hof vindt dat het de bedoeling van partijen was dat de overeenkomst niet opzegbaar is, beroept de man zich op artikel 6:248 lid 2 BW en artikel 6:258 BW. De vrouw kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding niet verwachten, aldus de man.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6384c19d0f334808fe199a61891952d6b0a81e36ebbc3adab991ee96d28d2e6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6384c19d0f334808fe199a61891952d6b0a81e36ebbc3adab991ee96d28d2e6f, en de alinea staat in dat document op bytes 16115 tot 17067.