Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 februari 2024

Onder 7.8 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 februari 2024

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 februari 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:1233.

Het hof is het met Volkswagen AG eens dat sprake is van samenhang tussen deze zaak (met als cedent: [naam1] ) en die welke bij het hof in Amsterdam aanhangig is (met als cedent: [naam2] ). Die samenhang betreft ook de andere door VGDES aanhangig gemaakte zaken. In alle gevallen gaat het om geschillen die voortvloeien uit de manipulatie van software door Volkswagen AG, waarin VGDES zich op dezelfde gronden beroept om een gelijk resultaat te bereiken. Dat de zaken op onderdelen ook van elkaar verschillen (zoals het aanschaf bedrag van de auto’s door de verschillende kopers en of zij wel of niet in alle gevallen aanspraak maken op vergoeding van kosten van een update), en dat niet in alle zaken de vorderingen woordelijk gelijkluidend zijn, doet aan die samenhang niet af. Het hof is echter niet van oordeel dat die samenhang ook per definitie met zich brengt dat volledige consistentie in de uitspraken wenselijk is, in die zin dat tegenstrijdige uitspraken persé voorkomen dienen te worden, zoals Volkswagen AG van groot belang acht. Het door VGDES daar tegenover gestelde belang dat juist uitspraken van verschillende rechters in de testcases mogelijk zullen kunnen bijdragen aan een (stevigere) basis voor overleg met Volkswagen AG over een regeling, acht het hof ook een aannemelijk en te respecteren belang. Daarbij kan verder worden bedacht dat als de zaken over de manipulatie software uiteindelijk bij de Hoge Raad zullen belanden – en dat ligt gelet op wat tijdens de mondelinge behandeling is gebleken zeer voor de hand - enkele verschillende, of juist dezelfde oordelen, mogelijk kunnen bijdragen aan verdieping van het inzicht voor het daar te voeren debat. Bovendien kunnen de feitenrechters in de diverse procedures wanneer zij dat wenselijk achten prejudiciële vragen stellen aan de Hoge Raad. Dat neemt niet weg dat een goede en doelmatige rechtspleging niet is gediend met een grote stroom van samenhangende zaken bij verschillende gerechten, maar het valt niet zonder meer in te zien dat wanneer die stroom wordt verdeeld over meerdere gerechten het beslag op de rechterlijke capaciteit wezenlijk groter is dan wanneer dezelfde stroom wordt geconcentreerd bij één gerecht. Daarbij komt dat in de huidige situatie alleen vier samenhangende zaken voor de rechter zijn gebracht. Bij die stand van zaken is het hof van oordeel dat een goede rechtsbedeling niet wordt geschaad door verschillende rechterlijke uitspraken. Al met al is het hof er niet van overtuigd dat verwijzing in het belang van een goede rechtspleging aangewezen is. Het hof neemt daarbij ook in aanmerking dat de cedenten - in dit geval [naam1] - er belang bij hebben dat de rechtszaken over hun vorderingen spoedig worden afgewikkeld. De conclusie is dan ook dat de belangen van VGDES tegen het verwijzen van deze zaak naar het gerechtshof in Amsterdam prevaleren boven die van Volkswagen AG bij het wel verwijzen van deze zaak, en dat in dit geval ook het belang van doelmatigheid van procedures zich niet verzet tegen voortzetting van deze procedure bij dit hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a3eb588e90c1bc39646859f340d2a5c290eb28b7caaaeb8aa73781e4aa154a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a3eb588e90c1bc39646859f340d2a5c290eb28b7caaaeb8aa73781e4aa154a, en de alinea staat in dat document op bytes 28408 tot 31534.