Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 april 2024
Onder 4.5. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 april 2024
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 april 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:2398.
Art. 7:962 lid 1 BW bepaalt dat vorderingen tot vergoeding van schade van de verzekerde overgaan op de verzekeraar voor zover de verzekeraar die schade vergoedt. Volgens de Hoge Raad moet daarbij uitgangspunt zijn dat de billijkheidscorrectie van art. 6:101 lid 1 BW doorwerkt in de (regres)verhouding tussen verzekeraars op gelijke wijze als deze zou gelden in de verhouding tussen de verzekerden. Dat geldt ook als de billijkheidscorrectie verband houdt met subjectieve omstandigheden aan de zijde van de verzekerde. Over de positie van regresnemers, zoals gesubrogeerde verzekeraars, heeft de Hoge Raad ook beslist dat die niet profiteren van de 50%- en 100%-regel uit het verkeersaansprakelijkheidsrecht. Deze standaardisering is ingegeven door, kort gezegd, het grote gewicht van het persoonlijke belang van deze verkeersslachtoffers zelf en het maatschappelijk belang van hun behoorlijke bescherming in het algemeen in vergelijking met de belangen aan de zijde van het motorrijtuig, alsmede de behoefte van deze verkeersslachtoffers aan een eenvoudige en dus snel vast te stellen aansprakelijkheid (en schadevergoedingsplicht). Bij het vaststellen van de omvang van regresvorderingen van verzekeraars gelden deze belangen niet, is voor een dergelijke standaardisering geen plaats en is daaraan minder behoefte. De Hoge Raad acht verzekeraars in beginsel in staat zelf door collectief overleg tot de door hen nodig geachte mate van standaardisering te komen. Als het niet gaat om een vordering van het slachtoffer zelf, moet een eventuele vermindering van de schadevergoedingsplicht van de gemotoriseerde verkeersdeelnemer plaatsvinden aan de hand van de primaire causaliteitsafweging van art. 6:101 lid 1 BW en kan vervolgens nog de billijkheidscorrectie uit die bepaling aan de orde komen. Daarbij moet rekening worden gehouden met alle relevante omstandigheden van het geval aan de zijde van de gemotoriseerde verkeersdeelnemer en het verkeersslachtoffer, waaronder zowel de ernst van ieders fout als de mate waarin hun gedragingen hen kunnen worden verweten. De billijkheidscorrectie zal in deze gevallen doorgaans slechts tot een bijstelling van beperkte omvang van het resultaat van de causaliteitsafweging kunnen leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc89ff49803c012df230769e996eefaafe15b70c94ba75060849793163af693e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc89ff49803c012df230769e996eefaafe15b70c94ba75060849793163af693e, en de alinea staat in dat document op bytes 19218 tot 21527.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc89ff49803c012df230769e996eefaafe15b70c94ba75060849793163af693e | shasum -a 256