Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 januari 2026

Alinea 167 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 januari 2026

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 januari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:309.

Het hof overweegt dat de benadeelde de ochtend na de brand door haar vader is geïnformeerd over wat haar broer is overkomen. De benadeelde is vervolgens naar het ziekenhuis gereden. Op een whiteboard in het ziekenhuis las ze dat haar broer voor 68 procent was verbrand. Ze zag haar broer liggen aan de beademing, ingepakt als een mummie, wetende dat hij over zijn hele lichaam is verbrand, en zijn gezicht vol met witte zalf. Eén dag later was de witte zalf zwart uitgeslagen en het gezicht van haar broer helemaal opgezet. Uit de toelichting van de vordering volgt dat de benadeelde dagelijkse flashbacks heeft gehad van de beelden van haar ernstig verwonde broer en dat zij sinds de confrontatie ernstig beperkt is in haar algemeen functioneren. Door de confrontatie zijn de angststoornis en de posttraumatische stressklachten bij de benadeelde toegenomen. Ter onderbouwing van de vordering heeft de benadeelde een brief van de psycholoog overgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d4e3f13481a293bdc43e5b852babf83d4a66f312f57be464d36bd822f671f8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d4e3f13481a293bdc43e5b852babf83d4a66f312f57be464d36bd822f671f8b, en de alinea staat in dat document op bytes 61954 tot 62922.