Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 januari 2026

Alinea 218 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 januari 2026

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 januari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:309.

Het hof overweegt dat bij de vordering tot schadevergoeding geen stukken zijn gevoegd, waaruit volgt wie de benadeelde partij in rechte mag vertegenwoordigen en een vordering tot schadevergoeding in kan dienen, dan wel daartoe gemachtigd is. Er kan dan ook niet worden vastgesteld dat het voegingsformulier is ondertekend door een persoon die optreedt namens de rechtspersoon. Nader onderzoek naar de vertegenwoordigingsbevoegdheid van deze persoon levert een onevenredige belasting van de strafprocedure op. Daarom zal het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaren. De benadeelde partij kan de vordering alsnog indienen bij de burgerlijke rechter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d4e3f13481a293bdc43e5b852babf83d4a66f312f57be464d36bd822f671f8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d4e3f13481a293bdc43e5b852babf83d4a66f312f57be464d36bd822f671f8b, en de alinea staat in dat document op bytes 75207 tot 75895.