Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 januari 2026
Alinea 63 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 januari 2026
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 januari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:309.
Het hof stelt daarbij voorop dat voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘voorbedachte raad' moet komen vast te staan, dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d4e3f13481a293bdc43e5b852babf83d4a66f312f57be464d36bd822f671f8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d4e3f13481a293bdc43e5b852babf83d4a66f312f57be464d36bd822f671f8b, en de alinea staat in dat document op bytes 26674 tot 27132.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d4e3f13481a293bdc43e5b852babf83d4a66f312f57be464d36bd822f671f8b | shasum -a 256