Citaat | Gerechtshof Arnhem 17 juli 2001

Alinea 33 Gerechtshof Arnhem 17 juli 2001

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 17 juli 2001, ECLI:NL:GHARN:2001:AB2976.

4.6 Het hof verwerpt dit betoog. Door aan Geïntimeerde de voormelde beperking te stellen ten aanzien van de verkoop van de eigen woning houdt de gemeente zich bezig met de verdeling van bestaande woonruimte. Naar het voorlopig oordeel van het hof doorkruist de gemeente hierdoor op onaanvaardbare wijze de Huisvestingswet (Hvw). Fundamenteel uitgangspunt van deze wet is dat zo min mogelijk inbreuk mag worden gemaakt op de vrijheid van vestiging, een recht dat in diverse internationale verdragen is vastgelegd. Een van de doelstellingen van de Hvw is het bevorderen van de zelfredzaamheid en de zelfwerkzaamheid van de woningzoekenden. Voorop staat de eigen verantwoordelijkheid van de woningzoekenden voor hun huisvesting. Op grond van de Hvw is overheidsbemoeienis met de woonruimtemarkt derhalve geen vanzelfsprekende zaak. Eerst wanneer de huisvesting van bepaalde groepen van woningzoekenden met een verhoudingsgewijs zwakke (financiële) positie op de woningmarkt als gevolg van (dreigende) schaarste aan goedkope(re) woonruimte in gevaar komt, is overheidsbemoeienis met de woonruimteverdeling gerechtvaardigd. In verband daarmee beperkt de Hvw overheidsingrijpen in de verdeling van woonruimte wat betreft koopwoningen tot woningen met een koopprijs van ten hoogste ¦ 183.000,= (de norm in het jaar 2000). De Hvw biedt de gemeente dus geen mogelijkheden om ter zake van woonruimteverdeling maatregelen te treffen voor woningen boven de wettelijke koopprijsgrens. Dat het de bedoeling van de wetgever is dat gemeenten boven die grens zich niet inlaten met woonruimteverdeling, ook niet langs privaatrechtelijke weg, blijkt mede uit het ingediende wetsontwerp Wijziging van de Huisvestingswet (kamerstukken 25334) waarin uitdrukkelijk is opgenomen dat de gemeente bij het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen wat betreft koopwoningen en bouwkavels met een prijs van (aanvankelijk ¦ 300.000,= en thans) ¦ 400.000,= respectievelijk (aanvankelijk ¦ 60.000,= en thans) ¦ 100.000,= geen bepalingen mag opnemen die ten doel hebben de vrijheid van vestiging te beperken. Hierbij is van betekenis dat dit wetsontwerp tot wijziging van de Hvw slechts vier jaar na het in werking treden van de Hvw is ingediend, onder meer, zoals de memorie van toelichting op dit wetsontwerp stelt, omdat de gemeentelijke praktijk om langs privaatrechtelijke weg ook de verdeling van nieuwbouwkoopwoningen met een prijs boven de in de Hvw vastgesteld prijsgrens in hun greep te krijgen, op gespannen voet staat met de intentie van de Hvw (memorie van toelichting p. 15; nadere memorie van antwoord eerste kamer p. 13).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa6cdec2f2fc6056ab34bedcc281f1f9061b15dfb1bc1e4e1e425e7b77794722. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa6cdec2f2fc6056ab34bedcc281f1f9061b15dfb1bc1e4e1e425e7b77794722, en de alinea staat in dat document op bytes 9665 tot 12304.