Citaat | Gerechtshof Arnhem 20 augustus 2002

Alinea 54 Gerechtshof Arnhem 20 augustus 2002

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 20 augustus 2002, ECLI:NL:GHARN:2002:AE7813.

4.4 De Ontvanger betoogt daarentegen dat het opleggen van de onder 3.3 bedoelde aanslagen aangemerkt dient te worden als het instellen van een eis in de hoofdzaak ingevolge art. 700 lid 3 Rv., waarbij hij opmerkt dat zich ook gevallen voordoen waarin geen eis in de hoofdzaak behoeft te worden ingesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/752a997863f496edc2082a3690211fa2393d9b67037f006ef6be81779877dc4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 752a997863f496edc2082a3690211fa2393d9b67037f006ef6be81779877dc4a, en de alinea staat in dat document op bytes 14402 tot 14719.