Citaat | Gerechtshof Arnhem 6 december 2002

Alinea 33 Gerechtshof Arnhem 6 december 2002

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 6 december 2002, ECLI:NL:GHARN:2002:AF1841.

5.9. Met inachtneming van de omstandigheid dat belanghebbende ook de aangiften met betrekking tot drie van de vijf voorafgaande belastingjaren niet tijdig heeft gedaan is het hof van oordeel dat er geen wanverhouding bestaat tussen de hoogte van de opgelegde boete en de ernst van het feit. De opgelegde boete acht het hof passend en geboden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe151ba722d071fc16e365cab1a5f3f27f276224b081067bb6a943f9d7f63226. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe151ba722d071fc16e365cab1a5f3f27f276224b081067bb6a943f9d7f63226, en de alinea staat in dat document op bytes 10386 tot 10741.