Citaat | Gerechtshof Arnhem 1 november 2002
Alinea 44 Gerechtshof Arnhem 1 november 2002
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem 1 november 2002, ECLI:NL:GHARN:2002:AF2043.
4.8. Het tijdstip waarop de aanspraak wordt aangemerkt als loon uit een vroegere dienstbetrekking is in het onderhavige geval gelegen op het onmiddellijk aan de emigratie voorafgaande tijdstip. Op dat tijdstip was belanghebbende nog een binnenlandse belastingplichtige en was [A BV] een nog in Nederland gevestigde inhoudingsplichtige. Gelet op artikel 22, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en tweede lid, van de Wet, behoort de aanspraak tot het belastbare inkomen van belanghebbende als bedoeld in artikel 3 van de Wet. Nu belanghebbende op het genietingstijdstip een binnenlandse belastingplichtige was en er met betrekking tot het loon dat hij in de binnenlandse periode heeft genoten van een grensoverschrijdende situatie geen sprake was, is het Verdrag daarop niet van toepassing. De stelling van belanghebbende dat, zo de aanspraak al tot het loon behoort, het heffingsrecht daarover aan België toekomt is onjuist. Dat artikel 11c van de Wet LB eerst tot stand is gekomen na de inwerkingtreding van het Verdrag doet daaraan niet af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43ab71e25bfe1b6e752ec612b3aafa2451c3354f0a57a931e17b2434ad1ef9d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43ab71e25bfe1b6e752ec612b3aafa2451c3354f0a57a931e17b2434ad1ef9d9, en de alinea staat in dat document op bytes 17225 tot 18280.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/43ab71e25bfe1b6e752ec612b3aafa2451c3354f0a57a931e17b2434ad1ef9d9 | shasum -a 256